Algerije, voormalige wijngigant

Bij Algerije denk je ongetwijfeld niet meteen aan wijn. Toch was Algeije land ooit een absolute grootmacht in de wijnwereld. In de eerst helft van de twintigste eeuw was Algerije na Frankrijk, Italië en Spanje de grootste wijnproductent ter wereld. Tegenwoordig is de productie sterk gekrompen, maar juist daardoor ontstaat langzaam ruimte voor een nieuwe focus: kwaliteit en terroir.

Algerijnse wijn

Hoewel er al sinds de Romeinse tijd druiven werden verbouwd in Noord-Afrika, kreeg de moderne wijnindustrie pas echt vorm nadat Frankrijk Algerije in 1830 koloniseerde. Franse kolonisten brachten kennis, druivenstokken en infrastructuur mee. Toen aan het einde van de negentiende eeuw de phylloxera-luis grote delen van de Franse wijngaarden verwoestte, werd Algerije van strategisch belang. Op grote schaal werden wijngaarden aangelegd. Franse handelaren gebruikten Algerijnse wijn om zwakke Franse oogsten aan te vullen of om lichte Franse wijnen meer kleur, alcohol en kracht te geven. De donkere rode wijnen uit Algerije waren daarvoor ideaal.

In haar hoogtijdagen beschikte Algerije over ongeveer 400.000 hectare wijngaard en produceerde het land rond de 20 miljoen hectoliter wijn per jaar. 90% daarvan werd geexporteerd naar Frankrijk. Na de onafhankelijkheid in 1962 veranderde alles drastisch. Veel Franse wijnboeren verlieten het land en de export naar Frankrijk stortte in.

Algerije bleef nog lange tijd bulkwijn produceren. De Sovjet-Unie kocht in 1975 nog 5 miljoen hectoliter Algerijnse wijn, voor een schijntje. Maar een omvangrijke wijnindustrie paste niet vanzelfsprekend in een overwegend islamitisch land. Algerijnse moslims dronken geen wijn, althans, niet inhet openbaar. Grote delen van de wijngaarden werden gerooid of vervangen door andere landbouwgewassen.

Algerijnse wijngebieden en appellaties

Toch is wijnbouw nooit volledig verdwenen uit Algerije. De belangrijkste wijngebieden liggen nog altijd in het noorden en noordwesten van het land. Allemaal op enige hoogte waardoor de wijngaarden 's nachts broodnodige verkoeling kennen. Er heerst een mediterraan klimaat dat warme, droge zomers combineert met relatief milde winters. Dat klimaat lijkt in veel opzichten op Zuid-Frankrijk, maar is vaak nog warmer en zonniger. De druiven rijpen daardoor gemakkelijk en leveren geconcentreerde, alcoholrijke wijnen op.

Algerije heeft een AOG-appellatiesysteem dat sterk geïnspireerd is op het Franse model. Het is in de jaren dertig van de twintigste eeuw ingevoerd, niet alleen om de beste terroirs van het land te duiden. Veel Franse druiventelers waren niet blij met de overvloed aan Algerijnse wijn en pleitten ervoor om deze een meer eigen identiteit te geven (en niet te blenden met Franse wijn).

De Coteaux de Mascara is waarschijnlijk de bekendste wijregio. De wijgaarden liggen op de hellingen van kalkzandgrond van de berg Bénichougrane, ongeveer 100 kilometer ten zuidoosten van Oran, op een hoogte van 650 tot 950 meter.

De Coteaux de Tlemcen liggen 170 kilometer ten zuidwesten van Oran, in de richting van Marokko. De wijgaarden liggen hier op een hoogte van 700 tot 800 meter. Het klimaat is hier wat koeler en droger. De bodem bestaat uit zandsteen, klei en kalksteen.

De appellatie Dahra ligt ongeveer honderd kilometer ten oosten van Oran, tussen het Zaccargebergte en de regio Mostaganem. Dit terroir wordt gekenmerkt door zandgrond met een kalkstenen ondergrond en een gemiddelde hoogte van 300 meter.

De Monts du Tessalah liggen in het gelijknamige gebergte op 600 meter hoogte, vlakbij Sidi-bel-Abbès, in de regio Oran. Deze wijngaarden strekken zich uit over twee bekende wijnbouwgebieden: Ain-Témouchent en Sidi-bel-Abbès. Ze groeien op kiezelhoudende kalksteenbodems onder een continentaal klimaat en produceren rode en roséwijnen.

In Algerije gebruikte druivenrassen

De druivenrassen in Algerije verraden eveneens de Franse invloed. Traditioneel domineren mediterrane rassen die goed bestand zijn tegen hitte en droogte. Tot de jaren zestig van de vorige eeuw was de Aramon de belangrijskte wijndruif van het land maar die zie je tegenwoordig niet veel meer. Cinsault, Carignan en Grenache behoren nu tot de pijlers van de Algerijnse rode wijnbouw. Ook Alicante Bouschet – een druif die bekendstaat om zijn diepe kleur – komt veel voor. Voor witte wijn worden onder meer Ugni Blanc en Clairette gebruikt. Dat zijn al te bekende Franse druiven, maar ze kunnen goed omgaan met het hete klimaat en bovendein relatief hoge opbrengsten leveren.

Hoe smaakt Algerijnse wijn?

We hebben verscheidene rode, witte en rose wijnen uit Algerije voor je geproefd. De kwaliteit wisselt. De rode Algerijnse wijnen zijn vaak vrij krachtige, zonovergoten wijnen met dikwijls duidelijk aanwezige tannine. 'Rustiek' is een woord dat dikwijls in onze proefnotities opdook. Alsof je terug gaat in de tijd en in de jaren zeventig uitkomt in Zuid-Frankrijk. De witte wijnen zijn meestal eenvoudig. Frisse, bescheiden maatltijd-ondersteuners. De beste komen van hoger gelegen wijngaarden. Daar zorgt het temperatuurverschil tussen dag en nacht voor meer spanning en finesse.

De toekomst van de Algerijnse wijnbouw

Het huidige niveau van de Algerijnse wijnbouw is wisselend. Enerzijds ontbreekt het vaak aan moderne infrastructuur, internationale marketing en investeringskracht. Algerije heeft bovendien weinig aanwezigheid op de wereldmarkt en veel consumenten weten niet eens dat het land nog wijn produceert. Anderzijds ontstaat er langzaam een kleine kwaliteitsbeweging. Producenten richten zich steeds meer op terroir, lagere opbrengsten en betere vinificatietechnieken. In plaats van massaproductie probeert men opnieuw identiteit op te bouwen.

Een belangrijke speler daarbij is de Société des Grands Crus de l’Ouest (SGCO), tegenwoordig een van de grootste private wijnproducenten van Algerije. Het bedrijf werkt samen met duizenden lokale druiventelers uit verschillende wijnregio’s en probeert Algerijnse wijn internationaal opnieuw op de kaart te zetten. Hoewel de volumes bescheiden blijven in vergelijking met vroeger, is er duidelijk sprake van professionalisering.

De toekomst van Algerijnse wijn hangt af van meerdere factoren. Klimaattechnisch bezit het land zeker potentieel. Het was niet voor niets dat de Fransen juist hier massaal wijngaarden aanlegde. Algerijnse wijnmakers zijn inmiddels al generaties gewend aan hitte en droogte. Hooggelegen wijngaarden kunnen bovendien helpen om frisheid te behouden. Tegelijkertijd brengt klimaatverandering ook risico’s mee: extreme droogte en watertekorten kunnen de wijnbouw bemoeilijken.

Economisch en cultureel blijft de situatie complex. De binnenlandse markt voor wijn is beperkt en exportkanalen moeten grotendeels opnieuw worden opgebouwd. Daarnaast opereert de sector in een maatschappelijk klimaat waarin alcohol geen vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven is. Dat maakt grootschalige investeringen minder aantrekkelijk dan in klassieke wijnlanden.

Toch heeft Algerije iets wat veel moderne wijnlanden missen: authenticiteit. Algerijnse wijn probeert niet krampachtig op een ander te lijken. De beste voorbeelden hebben een uitgesproken mediterrane identiteit, met warmte, kruidigheid en een bijna ruwe energie in het glas. Voor avontuurlijke wijnliefhebbers is dat juist interessant.

© AndereWijn 2008 - 2026 Teksten of beelden mogen niet zonder onze toestemming worden hergebruikt.